Afrikaanse varkenspest
Afrikaanse varkenspest (AVP) is een ernstige, zeer besmettelijke virusziekte bij gehouden varkens en wilde zwijnen. De ziekte kan leiden tot hoge sterfte en heeft bij een uitbraak grote gevolgen voor dierenwelzijn, bedrijven en de varkenshouderij. Afrikaanse varkenspest is niet besmettelijk voor mensen.
Inhoudsopgave
Afrikaanse varkenspest wordt veroorzaakt door het Afrikaanse-varkenspestvirus. Het virus infecteert varkensachtigen, waaronder gehouden varkens en wilde zwijnen. Andere diersoorten en mensen kunnen niet door het virus worden besmet. Afrikaanse varkenspest is dus geen zoönose en vormt geen gevaar voor de volksgezondheid.
Het klinische verloop kan variëren van plotselinge sterfte tot een meer geleidelijk ziektebeeld. Dit is onder andere afhankelijk van de eigenschappen van de virusvariant, de infectiedosis en de weerstand van het dier. Bij ernstig verlopende infecties kan een groot deel van de besmette dieren sterven.
Afrikaanse varkenspest en klassieke varkenspest worden veroorzaakt door verschillende virussen. De ziekteverschijnselen kunnen echter sterk op elkaar lijken. Op basis van het klinische beeld alleen is daarom geen betrouwbare diagnose te stellen.
Besmetting en verspreiding
Besmette varkens en wilde zwijnen kunnen het virus uitscheiden via onder andere bloed, speeksel, urine, mest en neusuitvloeiing. Vooral bloed bevat grote hoeveelheden virus. Verspreiding kan rechtstreeks plaatsvinden tussen dieren, maar ook indirect via besmette personen, materialen en producten.
Belangrijke besmettingsroutes
- direct contact met besmette gehouden varkens of wilde zwijnen;
- contact met karkassen of resten van besmette dieren;
- besmette veewagens, werktuigen, gereedschappen en andere materialen;
- kleding, laarzen en handen van bezoekers, medewerkers of erfbetreders;
- besmette dierlijke producten en etensresten waarin varkensvlees is verwerkt;
- transport van besmette dieren of materialen tussen bedrijven;
- in bepaalde gebieden: overdracht door zachte teken van het geslacht Ornithodoros.
Het virus is goed bestand tegen verschillende omgevingsinvloeden en kan langere tijd overleven in bloed, karkassen, vlees en vleesproducten. Ook gedroogd, gekoeld of ingevroren varkensvlees kan een risico vormen. Menselijk handelen speelt daardoor een belangrijke rol bij verspreiding over grote afstanden.
Na introductie op een bedrijf kan het virus zich verspreiden via direct diercontact, verplaatsing van dieren, materialen, mest, kadavers en werkzaamheden tussen afdelingen.
Klinische verschijnselen
De incubatietijd en ernst van de verschijnselen kunnen variëren. Bij een ernstig verlopende infectie kunnen dieren in korte tijd ernstig ziek worden en sterven. Bij een minder acuut verloop kunnen de verschijnselen aanvankelijk weinig specifiek zijn.
Mogelijke verschijnselen zijn:
- hoge koorts;
- sloomheid en dicht bij elkaar gaan liggen;
- verminderde voeropname of volledig stoppen met eten;
- rode, blauwrode of paarsachtige verkleuring van de huid, vooral aan oren, snuit, buik, staart en ledematen;
- puntvormige of uitgebreidere huidbloedingen;
- versnelde of bemoeilijkte ademhaling;
- braken;
- verstopping, later mogelijk gevolgd door diarree;
- bloederige diarree of andere bloedingen;
- ooguitvloeiing of ontsteking van het oogslijmvlies;
- wankel lopen, zwakte of andere neurologische verschijnselen;
- abortus, vroeggeboorte of andere reproductieproblemen;
- plotselinge sterfte of een onverwachte stijging van de uitval.
De verschijnselen zijn niet specifiek voor Afrikaanse varkenspest. Ze kunnen ook voorkomen bij onder andere klassieke varkenspest, salmonellose, vlekziekte, sepsis, intoxicaties en andere ernstige infecties. Laboratoriumonderzoek is noodzakelijk om AVP aan te tonen of uit te sluiten.
Wanneer extra alert zijn?
- Onverklaarbare koorts bij meerdere dieren
- Een plotselinge stijging van ziekte of sterfte
- Huidbloedingen of blauwrode verkleuringen
- Bloederige diarree in combinatie met koorts en uitval
- Abortus en sterfte zonder duidelijke oorzaak
- Een combinatie van verschijnselen na een mogelijk risicocontact
Diagnose
Een verdenking ontstaat op basis van het klinische beeld, de uitval, sectiebevindingen en epidemiologische informatie. Daarbij wordt onder andere gekeken naar recente dierbewegingen, transporten, bezoekers, contacten met andere bedrijven, herkomst van materialen en mogelijke blootstelling aan wilde zwijnen of varkensproducten.
De definitieve diagnose wordt gesteld met laboratoriumonderzoek. Met PCR-onderzoek kan genetisch materiaal van het virus worden aangetoond. Daarnaast kan serologisch onderzoek worden gebruikt om afweerstoffen tegen het virus aan te tonen. Welke monsters en onderzoeken geschikt zijn, hangt af van het ziekteverloop en de fase van de infectie.
Bij een officiële verdenking wordt het onderzoek uitgevoerd volgens de wettelijke procedures. Een specialistenteam, bestaande uit onder andere een NVWA-dierenarts, een varkensspecialist en de eigen dierenarts, beoordeelt de situatie en neemt indien nodig monsters.
Uitsluitingsdiagnostiek bij twijfel
Bij vage verschijnselen waarbij Afrikaanse of klassieke varkenspest niet waarschijnlijk lijkt, maar ook niet voldoende kan worden uitgesloten, kan gebruik worden gemaakt van Early Warning-diagnostiek. Dit is uitsluitingsdiagnostiek via Wageningen Bioveterinary Research. Het doel hiervan is om mogelijke besmettingen vroegtijdig op te sporen.
Uitsluitingsdiagnostiek is niet bedoeld voor situaties waarin daadwerkelijk sprake is van een verdenking. Bij een verdenking geldt de wettelijke meldplicht en moet direct contact worden opgenomen met de NVWA.
Behandeling
Er bestaat geen behandeling waarmee een varken met Afrikaanse varkenspest kan worden genezen. Ook is er binnen Nederland en de Europese Unie geen geregistreerd vaccin beschikbaar waarmee varkens tegen AVP kunnen worden beschermd.
Bij een bevestigde besmetting worden wettelijke bestrijdingsmaatregelen ingesteld om verdere verspreiding te voorkomen. Dit kan onder andere betekenen dat het bedrijf wordt geblokkeerd, aanwezige varkens worden geruimd en de stallen grondig moeten worden gereinigd en ontsmet. Rond een besmet bedrijf kunnen beperkingszones en vervoersmaatregelen worden ingesteld.
Preventie en bedrijfsaanpak
Omdat behandeling en reguliere vaccinatie niet mogelijk zijn, is preventie volledig afhankelijk van vroege signalering en een consequente bioveiligheid. Daarbij gaat het zowel om het voorkomen van insleep op het bedrijf als om het beperken van verspreiding tussen afdelingen.

Voorkomen van insleep
- Werk met een duidelijke scheiding tussen het schone en vuile bedrijfsgedeelte.
- Zorg voor bedrijfseigen kleding en schoeisel en pas het hygiëneprotocol consequent toe.
- Beperk het aantal bezoekers en registreer erfbetreders.
- Laat bezoekers die contact hebben gehad met varkens of wilde zwijnen in risicogebieden niet zonder passende wachttijd en hygiënemaatregelen toe.
- Reinig en ontsmet veewagens en andere transportmiddelen zorgvuldig.
- Gebruik materialen bij voorkeur bedrijfseigen en reinig en ontsmet aangevoerde materialen.
- Voorkom contact tussen gehouden varkens en wilde zwijnen.
- Beveilig voer- en stro-opslag tegen toegang door wilde dieren.
- Voer geen keukenafval, etensresten of mogelijk besmette vleesproducten aan varkens.
- Beoordeel de gezondheidsstatus en herkomst van aangevoerde dieren zorgvuldig.
Beperken van verspreiding binnen het bedrijf
- Werk zo veel mogelijk volgens een vaste loop- en werkroute, van jong naar oud en van gezond naar ziek.
- Gebruik aparte materialen en kleding per afdeling wanneer dat binnen de bedrijfsvoering mogelijk is.
- Reinig en ontsmet materialen die tussen afdelingen worden verplaatst.
- Zonder zieke dieren zo snel mogelijk af en bespreek onverwachte ziekte of uitval met de dierenarts.
- Zorg voor een correcte en hygiënische afvoer en opslag van kadavers.
- Houd dierbewegingen, bezoekers en bijzonderheden in de diergezondheid goed bij.
De epidemiologische situatie in Europa kan snel veranderen. Controleer daarom vóór internationale contacten, transporten of reizen altijd de actuele informatie en beperkingsgebieden.
Bekijk de actuele informatie over Afrikaanse varkenspest bij de NVWA.
Wetgeving en meldplicht
Afrikaanse varkenspest is een meldingsplichtige dierziekte. Als je verschijnselen ziet die kunnen passen bij AVP, neem dan direct contact op met je dierenarts. Een mogelijke besmetting moet ook onmiddellijk worden gemeld bij het Landelijk meldpunt dierziekten van de NVWA.
Landelijk meldpunt dierziekten:
045 – 546 31 88
Verplaats bij een verdenking geen dieren, kadavers, mest, voer, voertuigen of materialen van of naar het bedrijf. Beperk bewegingen op het erf en wacht de aanwijzingen van de dierenarts en de NVWA af.
Wat kunnen wij voor je doen?
Zie je onverklaarbare koorts, huidbloedingen, een plotselinge stijging van de uitval of andere verschijnselen die bij Afrikaanse varkenspest kunnen passen? Neem dan direct contact met ons op. We beoordelen samen de situatie en bepalen of aanvullend onderzoek, uitsluitingsdiagnostiek of een officiële melding noodzakelijk is.
Ook zonder directe verdenking kunnen we samen de bioveiligheid en risicopunten op het bedrijf beoordelen. Zo kunnen gerichte maatregelen worden genomen om de kans op insleep en verspreiding zo klein mogelijk te maken.
Dinkelland Dierenartsen
Telefoon: 0541-798001 of WhatsApp